OTM Belgian Shippers' Council

Hackathon logo final transparent vector file

Belangenorganisatie logistiek - handel en industrie

O.T.M. staat voor Organisatie van Traffic Managers. Zij is de enige organisatie die de
belangen verdedigt van de Verladers, zijnde de bedrijven die voor het vervoer van hun
producten gebruik maken van eigen vervoer of van transportbedrijven.

Overzicht - Haven

Daarom wordt u lid!

Wil U of uw bedrijf ook gehoord worden in belangrijke overheids- en andere dossiers, zonder daar individueel tijd en financiën te moeten voor aanwenden, dan is lidmaatschap van O.T.M. een must.

O.T.M. is uw spreekbuis.

Hoe groter O.T.M. wordt, des te krachtiger klinkt uw stem als verlader.

Stel uw vragen aan onze experts!

Haal kennis binnen via onze nieuwsbrief!

Werk zelf actief mee!
Contacteer ons via info@otmbe.org

Het economisch belang van de Belgische havens - flashraming 2014

cijfers havens 2014Bron: Communicatie Nationale Bank van België n.v. – 19/10/15

Om te voorzien in de behoefte aan snel beschikbare indicatoren over het verloop van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid in de Belgische havens, publiceert de Nationale Bank sedert 2006, iets meer dan zes maanden vóór de exhaustieve statistische publicatie van de resultaten, een flashraming op basis van de tot eind augustus neergelegde jaarrekeningen.
In de tabellen in het onderstaand document in bijlage kan u volgende cijfers terugvinden:
TABEL 1 DIRECTE TOEGEVOEGDE WAARDE in de Vlaamse havens, het Luikse havencomplex en de haven van Brussel.
TABEL 2 DIRECTE WERKGELEGENHEID in de Vlaamse havens, het Luikse havencomplex en de haven van Brussel.

Nationale bank cijfers havens 2014

Toelichting

Uit de flashraming blijkt dat de in de Belgische havens gegenereerde toegevoegde waarde in 2014 een groei van om en bij 1,6% kende terwijl de werkgelegenheid licht daalde met 0,5%. Achter deze algemene tendens schuilen evenwel ontwikkelingen die per haven kunnen verschillen of moeten worden genuanceerd. Zo zij er hier op gewezen dat door het invoeren van de nieuwe statistische classificatie van ondernemingen (ESR 2010) er een impact is op de onderverdeling en bijhorende berekeningen per branche.

De opgetekende groei in de toegevoegde waarde dient volledig op het conto van de Vlaamse havens te worden geschreven (+1,9%); in de haven van Luik en die van Brussel daalde de toegevoegde waarde immers met resp. 1,1% en 0,9%. De daling in de haven van Luik was in hoofdzaak toe te schrijven aan de ontwikkelingen in de niet-maritieme cluster (energiesector) terwijl die in de haven van Brussel quasi volledig het gevolg was van een afname van de toegevoegde waarde in het havenbedrijf. In de Vlaamse havens werden voor zowel de maritieme als de niet-maritieme clusters positieve cijfers opgetekend. In relatieve termen was die stijging het sterkst in de haven van Gent maar de ontwikkelingen van de ondernemingen in beide clusters waren zeer uiteenlopend. In de haven van Antwerpen werd de toename in de maritieme cluster in grote mate bepaald door de branche van de goederenbehandelaars en de rederijen. In de niet-maritieme cluster waren de chemische en de petrochemische nijverheid evenals de handel de sterkhouders. In de haven van Zeebrugge zou de toegevoegde waarde in de meeste branches van de maritieme cluster nog toenemen. De niet-maritieme cluster in die haven kende eveneens een gunstige evolutie, de industrietak van de elektronica uitgezonderd. In Oostende was de groei in de maritieme cluster veeleer bescheiden, dit onder invloed van de bedrijfstak baggerwerken. In de niet-maritieme cluster was de toename in grote mate het resultaat van de ontwikkeling in de metaalverwerkende nijverheid.

Zoals reeds vaker werd vastgesteld, loopt de evolutie van de werkgelegenheid niet synchroon met die van de toegevoegde waarde. In de maritieme cluster werd alleen in de haven van Gent en in die van Zeebrugge een groei vastgesteld dit onder meer door de gunstige ontwikkeling bij de goederenbehandelaars. De daling in de maritieme cluster in de haven van Antwerpen moet enigszins worden genuanceerd; zo werd het personeelsbestand van een baggerbedrijf ondergebracht in een andere onderneming en werd er een belangrijke personeelsvermindering bij het Gemeentelijk Havenbedrijf opgetekend. De daling in Oostende in dit cluster was eveneens in hoofdzaak toe te schrijven aan de evolutie in de branche van de baggerwerken. Wat de niet-maritieme cluster betreft, kende - in relatieve termen - alleen Oostende en Brussel een noemenswaardige groei. In Oostende was dit vnl. te danken aan de bouw en aan de voedingsnijverheid. In Brussel droeg de chemische nijverheid in belangrijke mate bij tot die groei. In de haven van Antwerpen werd veeleer een stabilisatie van de werkgelegenheid in de niet-maritieme cluster opgetekend terwijl die in de havens van Gent, Zeebrugge en Luik daalde. In Gent en Luik was dit vooral toe te schrijven aan een aanmerkelijke daling in de metaalnijverheid, in Zeebrugge was de verplaatsing van activiteiten door een onderneming in de elektronicabranche naar een bedrijventerrein buiten het havengebied een belangrijke verklarende factor.

De opgetekende gezamenlijke groei van de goederentrafiek met 2,7 % in 2014 moet enigszins worden genuanceerd. De toename in tonnage dient immers hoofdzakelijk aan de ontwikkeling in de haven van Antwerpen te worden toegeschreven en dit onder impuls van de containertrafiek en de vloeibare bulk. Wat de containertrafiek aangaat, is er een tendens bij de grote rederijen om gemeenschappelijke schepen in te zetten en te rationaliseren op het aantal aan te lopen havens. Een dergelijke samenwerking tussen MSC en Maersk zorgt daardoor voor een verschuiving van trafiek naar Antwerpen en Rotterdam en dit ten nadele van Zeebrugge. Wat de roro-activiteit betreft, werd een groei van bijna 4% opgetekend in de haven van Zeebrugge - de belangrijkste haven inzake roro - en de haven van Gent (+8.9%). Bij laatstgenoemde was dit vooral te danken aan de gunstige ontwikkelingen bij Volvo Cars. De roro-activiteit in Antwerpen daalde met 2% en in Oostende viel ze door het faillissement van TransEuropa volledig weg. De dalende tendens van het conventioneel stukgoed blijft zich doorzetten (-4,8%) in alle havens behalve in die van Gent. De daling met 1,7% van de trafiek in vaste bulkgoederen dient op het conto van de haven van Antwerpen te worden geschreven (-6,5%). Na een paar moeilijke jaren als gevolg van de reorganisatie bij ArcelorMittal lijkt in de haven van Luik de dalende beweging in de trafiek te zijn gestopt. Ook in de haven van Brussel werd opnieuw een groei opgetekend (+2,7%).

O.T.M Partners

logo port of antwerp resol

stream logo

uw logo

nwlogoremant onderaanwebj

descartes logo

bccl logo

get logo

uw logo

logo easyfairs nieuw kl

ziegler partnerbalk

 

DP World Antwerp 2017 web

uw logo

Xeneta Logo Kl j

rotra logo

Timocom nieuwlogo 2018 form partnerlogo1

uw logo

tlhub logo

transportandlogisticsantwerpen1